Het pand Halvemaanspoort 1 heeft een rijke historie, de opdrachtgever van de eerst bekende verbouwing (1850) was notaris Gerhardus Wijbes Posthuma en het huis werd gebruikt als notariskantoor tot 1880. Van 1880 tot 1908 werd het bewoond door Jan Pieters Land Kramer die goud- en zilversmid was en later hier ook een drukkerij had. Van 1908 tot 1936 werd het huis weer notariskantoor en gebruikt door Dominicus Westra. Vanaf 1936 werd het huis door diverse mensen bewoond waaronder deurwaarder Van der Woude en de familie van der Meer. De laatste jaren werd het huis gebruikt als woonhuis en pension.
Het pand is nu een rijksmonument en waarschijnlijk rond 1850 verbouwd in de stijl zoals het nu te zien is. Aan de buitenzijde valt de voorgevel op met de omlijste kozijn partijen, de forse kroonlijst met konsoleparen en de deurpartij.
Op de begane grond is de haardpartij met het schoorsteenstuk uit 1753 een uniek element, op het schilderij is de voorstelling uit Handelingen 13 vers 11 te zien. Hierop zijn de apostelen Barnabas en Paulus op Cyprus waar Saulus tegen de magiër Barjesus zegt: Let op, de hand van de heer zal u treffen, u zult blind zijn en voorlopig geen zonlicht meer zien. In de achterkamer is ook een haard met schoorsteenstuk. De lijstwerk tegen de buitengevels met blinden en de bedstede geven de woning veel sfeer.
Op de verdiepingen was in het interieur niets meer van monumentale waarde aanwezig, door de diverse verbouwingen is dit geheel verloren gegaan.
Bij de huidige verbouwing wordt de gehele begane grond in takt gelaten. Op de 2 verdiepingen worden in totaal 4 luxe kamers gerealiseerd met elk een eigen badkamer. De familie Stout gaat zelf op de begane grond wonen en verhuurt de kamers als Bed & Breakfast.









